Je bent hier: Home > Celebs > Edsilia Rombley open over haar jeugd: ‘Mijn vader was er wel, maar deed niet het verzorgende deel’

Edsilia Rombley open over haar jeugd: ‘Mijn vader was er wel, maar deed niet het verzorgende deel’

Celebs
Edsilia Rombley open over haar jeugd: ‘Mijn vader was er wel, maar deed niet het verzorgende deel’

Ze is écht niet altijd dat hyperactieve, blije ei. Ja, ook Edsilia Rombley (41) hangt thuis weleens moe en chagrijnig op de bank. “Maar op de momenten dat het écht leuk is, probeer ik intens te genieten. Vandaar die heftige vrolijkheid. Gewoon, omdat de tijd vliegt.” 

Auteur Joris van Kasteren woonde, net als jij, in de jaren 80 in Lelystad. Hij schreef er een boek over, waarin hij de stad omschrijft als een ‘mislukte utopie’ en een ‘probleemstad’ met veel criminaliteit. Herken je dat beeld?

“Ik vond het juist geweldig! Ik heb er met plezier gewoond en herinner me juist het dorpsgevoel. Ik woonde in de Waterwijk, waar veel kinderen ’s avonds niet mochten komen. Er waren veel mannen op straat, er gebeurden dingen die niet helemaal zuiver waren en er was lawaai en herrie. Maar ik had het zelf juist leuk. Vooral in de zomermaanden. Het was er net de Antillen in het klein. Vrouwen liepen met krulspelden over straat en ik voetbalde veel met jongens op het pleintje. Er was wel veel narigheid. Regelmatig kwam de politie langs. Maar ik had er geen last van, ik kende iedereen.”

Je kende de drugsdealers persoonlijk? 

“Dat niet (lacht), maar iedereen groette elkaar. Ik voelde me daardoor juist veilig. Er was veel muziek op straat, er werd luid gepraat, deuren stonden altijd open: ­mensen leefden op straat. Dat buitenleven, dat heb je op de Antillen ook. Dus ­dat ­herkenden wij en was voor ons helemaal niet raar. Bij vriendinnetjes – die in de ‘nette’ buurten woonden – zag ik dan weer de andere kant.” 

Waren er grote verschillen?

“In de Waterwijk woonden veel alleenstaande moeders. Mijn Hindoestaanse buren kwamen tijdens feesten vaak eten langsbrengen. Dan was het bijvoorbeeld garnalenmaand en rook je wekenlang de geur van garnalen op straat, want die waren ze aan het pellen. Iedereen kreeg dan een bakje. Of Marokkaanse buren kwamen ­suikergoed langsbrengen. Multiculti, dat vonden wij heel prettig. In de nette wijken van mijn vriendinnen was het erg rustig: een vader en moeder thuis, een hond, met z’n allen aan tafel dineren. Bij ons was het geregeld gewoon de tv aan en het bord op schoot. Ik vind het leuk dat ik beide ­culturen heb meegekregen. Op school waren er juist weinig donkere kinderen.”

Hoe was de sfeer daar? 

“Ik zat op een katholieke school en de ­leraren waren betrokken bij de kinderen, ook bij hen die het wat minder hadden. Het hoofd van de school heeft me zelfs een keer naar huis gebracht. Ik woonde op 20 minuten fietsen van school. Ze waren er ook voor de alleenstaande ouders. Zo fijn.” 

Heb je nog contact met je vader?

“Ik zie hem af en toe. Hij woont vlak bij mijn zus. Als we naar Lelystad gaan, ­rijden we vaak even langs.”

Speelde hij tijdens jouw opvoeding een grote rol?

“In de Antilliaanse cultuur is het zo dat als ouders gescheiden zijn, de vader op zijn manier laat zien dat hij er voor de kinderen is. Als ik een fiets nodig had bijvoorbeeld, pimpte hij heel handig een tweedehandsje. Als de auto van mijn moeder kapot was, maakte hij ’m. Hij was er dus wel, maar deed niet het verzorgende deel. Dat is wat ik ken en dat vind ik prima. Hij is wel in ons leven en ook in dat van mijn kinderen, maar meer op de achtergrond.”

Je moeder moest rondkomen met weinig geld. Was dat een issue bij jullie thuis?

“Dat hebben we nooit echt gemerkt. We waren geen arm gezin, hebben altijd alles gehad wat we graag wilden hebben. Mijn moeder was vooral heel handig. Als ik een leuke jurk had gezien, maakte ze die voor me. Ik herinner me de mooiste kerstoutfits. Als ze bijvoorbeeld was vergeten om brood te kopen, maakte ze dat ’s avonds laat nog gewoon zelf. Gingen we met zelfgebakken broodjes naar school. Ik heb geen armoede gekend, maar ik heb wel leren omgaan met geld. De waarde ervan leren kennen. Ook heb ik als jong meisje gezien dat mijn moeder het alleen moest doen. Ik ging op voetbal. Niet alleen omdat ik dat leuk vond, maar ook omdat het een goedkope sport was. Op saxofoonles gaan of een ander instrument leren bespelen was wat lastiger. Dat zei mijn moeder dan niet zo, er waren ‘gewoon lange wachtlijsten’. Ze kon heel goed sparen. We gingen weleens naar Aruba of Curaçao op vakantie, maar dan wel op de momenten dat het goedkoop was. Of met hulp van een tante die daar woonde. Cadeautjes ­verzamelde ze door het jaar heen, waardoor we met kerst veel pakjes hadden. Nu ik ouder ben, zie ik hoe bijzonder dat eigenlijk was. Ik ben ook heel blij dat ik bepaalde dingen uit mijn opvoeding meegenomen heb, zeker nu ik zelf moeder ben.” 

Lees ook
Edsilia Rombley openhartig over relatie met schoonzus Trijntje Oosterhuis

Je bent een goede vriendin verloren aan een hersenbloeding. Word je daar angstig van?

“Ja, de dood: daar word ik bang van. Ik denk weleens: kunnen we dat niet gewoon uitstellen, als je goeddoet? Maar het is ook het leven, het hoort erbij. Ik probeer er maar niet te veel over na te denken. Tjeerd zegt altijd: ‘Geniet van het nu. Anders is het zo voorbij en heb je zwaar nagedacht over al die narigheid. Zonde van je tijd.’ En daar heeft hij natuurlijk gelijk in. Mensen zien me vaak als de vrouw die altijd hyperactief, vrolijk en blij is, maar dat is maar 1 kant van mij. Ik hang ook weleens moe en chagrijnig thuis op de bank. Maar op de momenten dat het écht leuk is, probeer ik ook bewust intens te genieten. Vandaar dus die heftige ­vrolijkheid. Gewoon, omdat de tijd vliegt.”   

Lees het hele interview in Flair 32. Deze editie ligt vanaf 7 augustus in de winkels. Wil je ‘m liever laten bezorgen? Bestellen kan hier.

Tekst: Nathalie de Graaf | Fotografie: Bart Honingh

Shoppen is altijd een goed idee