Je bent hier: Home > Celebs > Column Kim-Lian: Staan, zit, staan, zit

Column Kim-Lian: Staan, zit, staan, zit

Celebs
Column Kim-Lian: Staan, zit, staan, zit

Kim-Lian van der Meij (36) is actrice en presentatrice. Ze woont samen met Daniel (36), met wie ze drie kinderen heeft: Ronja (8), William (8) en Benjamin (3). Elke week schrijft ze in Flair over haar drukke leven.

Lees ook: Column Kim-Lian: IJdeltuit

‘Wat een gelukzalig moment. Samen met mijn dochter paardrijden in de buitenlucht’
Vroeger was ik een Penny-meisje. Ik was niet weg te slaan uit de manege. Dól op pony’s. Mijn verzorgpony heette Kwicky. Ik deed alles voor hem: borstelen, manen kammen en invlechten, hoeven uitkrabben, met hem knuffelen, zijn poep opruimen, eten geven én één x in de week mocht ik op hem rijden. Het liefst reed ik elke dag op hem, maar dat ging niet, want Kwicky was een manegepony. Hij had meer jeugdige vrouwelijke aanbidders, die zeiden dat hij hun verzorgpony was.

Na maandenlang zeuren kreeg ik van mijn ouders voor mijn elfde verjaardag een éígen pony: Lola. Het állermooiste verjaardagscadeau in mijn leven! Geen enkel verjaardagscadeau heeft Lola ooit overtroffen. Mijn kinderhart vulde zich met een gelukzalig gevoel. Mijn vader had een tuincentrum, daar kreeg Lola een mooi stalletje en grasveldje als haar eigen plekje.

Jarenlang hebben we plezier met elkaar gehad. Ik zou het liefst iedere dag op de rug van Lola naar school gaan en haar in de fietsenstalling zetten, bij haar in de stal slapen of haar in de woonkamer van ons huis zetten. Zoals Pipi Langkous dat deed. Zo graag wilde ik bij haar zijn. Lola was al 27 jaar toen ik haar kreeg en ze werd op een gegeven moment oud, té oud om nog op te rijden.

Ze ging met pensioen. Haar oude dag versleet ze op een weilandje en in haar stal. Ik verzorgde haar nog wel, maar rijden deed ik niet meer en ik merkte dat mijn interesses veranderden. Ik was zestien en bezig met heel andere zaken. Lola stierf op haar 32e. Ik heb daarna nooit meer pony- of paardgereden. Tót vorige week. Twintig jaar later. Mijn dochter Ronja gaat sinds twee jaar elke zaterdag naar paardrijles. En ik ga trouw mee. ‘Papa is bang voor paarden, hè?!’ Zegt Ronja. ‘Ja een beetje wel, schat’ zeg ik. Daniel gaat op zaterdag liever met de jongens mee naar voetbal. En zo verdelen wij de hobby’s van onze kinderen een beetje.

Twee jaar lang zit ik in de kantine van de manege achter zo’n groot raam naar al die hobbelende meisje te kijken op hun pony. Staan, zit, staan, zit… Ik zie dat Ronja geniet. Ze droomt weg als ze op de rug van een pony zit. Ik herken mezelf daarin. Ik droom weg en dwaal met mijn gedachten naar vroeger. Hoe ik fantaseerde dat ik al rijdend op mijn pony de wereld ging verkennen. Mensen in nood zou helpen. Over heuvels, velden en op het strand. Op de rug van een galopperend paard voel je je toch een soort superwoman.

Aan het einde van de les vraagt Ronja; ‘Waarom rijd jij geen paard meer, mama?’
Tja… waarom eigenlijk niet? Geen idee. Geen tijd. Ofzo. Denk ik. Maar het lijkt me eigenlijk wel heel leuk om weer eens te doen. Kijken of ik het nog kan.

Spontaan boek ik meteen voor de zaterdag erop een privéles, samen met Ronja. Zij helemaal in haar paardrij-outfit. Ik in mijn spijkerbroek met regenlaarzen. Zij op een pony. Ik op een paard. ‘Kun je paardrijden?’, vroeg de instructrice. ‘Eh ja, volgens mij wel. ‘t Is net als fietsen toch? Je verleert het nooit.’ Waarvan akte. Eenmaal opgestegen op de sterke en hoge rug van het paard Zazar, reed ik als een ware amazone. (Althans dat wil ik zelf graag denken). Alleen dan gewoon als mevrouw wijdbeens: aan iedere kant een been. Het was prachtig weer, dus we maakten ook een buitenritje door de Soesterduinen. Wat een gelukzalig moment. Samen met mijn dochter paardrijden in de buitenlucht.

In gedachten hoor ik mijn paardrijjuf van twintig jaar geleden: ‘Binnenbeen op de singel en buitenbeen achter de singel.’ En hup, daar gingen we dan: samen in galop! Samen de wijde wereld verkennen. Voor eventjes dan… in Soest.

Shoppen is altijd een goed idee