Je bent hier: Home > Celebs > Barbara Sloesen speelt eerste moederrol in nieuwe romcom: hoe zit het met haar rammelende eierstokken?

Barbara Sloesen speelt eerste moederrol in nieuwe romcom: hoe zit het met haar rammelende eierstokken?

Celebs
Barbara Sloesen speelt eerste moederrol in nieuwe romcom: hoe zit het met haar rammelende eierstokken?

Niemand op de middelbare school dacht dat ze echt actrice zou worden, maar Barbara Sloesen (32) heeft het ’m toch maar mooi geflikt: ze heeft de hoofdrol in de nieuwe Nederlandse film ‘Alles is zoals het zou moeten zijn’. ‘Ik zei altijd wel dat ik naar de toneelschool wilde, maar er was niemand die dat geloofde.’

“Waarom is spelen zo fijn? Waarom ben ik dan zo in mijn element? Waarom doe ik dit het allerliefst? Ik denk dat ik een extra stofje aanmaak als ik speel. Een soort gelukshormoon dat op dat moment door mijn hele lichaam schiet. Ik vind het heerlijk om na te denken over hoe je een scène naar een hoger niveau tilt. Jezelf uitpluizen, ontrafelen, dat is óók spelen. Wie ben je? Met die vraag stap ik mijn rol in. Dat onderzoeken is ook jezelf ontdekken, waardoor je jezelf en anderen beter kunt begrijpen. Het is soms net of ik helemaal high ben, natural high hè, als ik speel. Het mooiste is als je met elkaar het gevoel hebt dat het klopt wat je aan het doen bent. Als dat gebeurt kun je samen, onuitgesproken, op een bepaalde plek terechtkomen. Dat gevoel, dát is vrijheid.”

Vraag Barbara wat acteren voor haar betekent en er volgt een monoloog. Een aangename monoloog, welteverstaan. Zo een waarnaar het fijn luisteren is, waarin de woorden ritmisch in elkaar overrollen. Als tienjarige stapte ze jeugdtheaterschool Hofplein in Rotterdam binnen. Ze móést spelen. Drie jaar later heeft ze een gastrol in de serie Grijpstra & De Gier. Toen was het duidelijk: ze wilde niks anders meer doen dan spelen.

Voelde je die vrijheid waar je het net over had als klein meisje ook al?

“Ja, al kon ik het toen nog niet zo benoemen, hoor. Ik wilde gewoon spelen omdat dat het enige was wat ik wilde doen. Vanaf dat ik klein was, riep ik dat ik actrice wilde worden. Er is ook nooit een ander plan geweest, het móést dat worden. Maar die vrijheid, dat even uit jezelf kunnen stappen, dat vond ik heerlijk. Ik gaf thuis ook eindeloos voorstellingen voor mijn ouders en mijn opa en oma. En dan moest mijn broertje altijd meedoen, terwijl hij daar helemaal geen zin in had. Toen mijn opa en oma veertig jaar getrouwd waren heb ik een tekst op een liedje geschreven en dat gezongen in een bomvol restaurant. Zonder enige vrees of terughoudendheid deed ik dat. En toch zijn er ook twijfels geweest, of nee, eerder een bepaalde verlegenheid. Want ja, ik kon dat allemaal wel willen, actrice worden, maar ik kom uit Oud-Beijerland, een dorpje onder Rotterdam, en daar was het meer van: na de middelbare school ga je studeren. Want dat deed iedereen. Ik zei wel dat ik naar de toneelschool wilde, maar er was niemand die dat geloofde. Het grappige is dat ik vorig jaar een jongen uit mijn klas ben tegengekomen en die zei, heel eerlijk, dat hij nooit had gedacht dat ik actrice zou worden. Maar dat hij nu zijn woorden terug moest nemen. ‘Je flikt het maar mooi’, zei hij. Dat hij erop terugkwam vond ik toch wel heel erg leuk.”

Je wilde naar de toneelschool, maar dat ging niet zonder slag of stoot. Je hebt drie keer auditie moeten doen.

“De eerste keer vonden ze me te jong, de tweede keer viel ik in de laatste ronde uit. Toen ik voor de derde keer ging dacht ik: jullie zijn sukkels als jullie me nu niet aannemen, haha. Ik had echt zoiets van: het moet gewoon lukken, hoe dan ook. Dat ik daar zo standvastig in was, komt toch door dat gevoel waar we het eerder over hadden. Dit is waar ik gelukkig van word. Het scheelt denk ik ook dat mijn ouders me enorm hebben gesteund. Ik kom niet uit een toneelfamilie, zo’n baan in de kunsten kun je als ouder ook eng vinden. Want is er überhaupt wel werk? Maar zij stimuleerden me om vooral te doen waar ik blij van werd, wat ik leuk vond. Ik was ook wel iemand die dat deed. Op de middelbare school had ik gekleurde dreads in mijn haar, droeg de shirts en broeken van mijn broers en topte het af met een Hello Kitty-tasje.”

Ben je uiteindelijk de actrice geworden die je wilde zijn?

“Dat vind ik een lastige vraag. Ook omdat ik er voor mijn gevoel nog niet ben, om het zo maar te zeggen. Ik ben natuurlijk actrice en heb al veel mooie rollen gespeeld, maar er ligt ook nog een hele wereld voor me om te ontdekken. Ik ben in elk geval nieuwsgierig, ook wat mijn werk betreft. Een jaar na mijn afstuderen kreeg ik de rol van Anna in Goede tijden, slechte tijden. Een geweldige rol, waarin ik ook ontzettend veel meters kon maken, maar die ook heel tijdrovend is. Je kunt niet van alles ernaast doen als je in een dagelijkse soap speelt. Na tweeënhalf jaar stelde ik mezelf voor de keus: blijf je ‘hangen’ op een plek waar het fijn is, waar je het naar je zin hebt, maar wat ook heel veilig en zeker is, of volg je je hart? Ik had nog zo veel ambities – comedy, drama, televisieserie – dat ik voor het laatste koos. Doodeng, natuurlijk. Maar sneller dan ik had verwacht, gebeurde dat wat ik
ambieerde: een rol in een comedy. Een week na mijn laatste draaidag bij GTST, hoorde ik dat ik een rol in Soof had. Dat leerde me dat je altijd een sprong in het diepe moet wagen. Want juist dan komen er dingen op je pad.”

Je zegt dat je niet uit een toneelfamilie komt, maar jouw achterneef is acteur John Buijsman.

“Ja, maar dat is ver hoor. Hij is een neef van mijn oma. We kwamen met elkaar in contact toen het duidelijk was dat ik ook die kant op zou gaan en hebben ook samen gespeeld. Hij komt overigens uit een bekende Rotterdamse artiestenfamilie. Mijn vader is accountant en mijn moeder werkt in de zorg met verstandelijk beperkten, dus dat is iets heel anders.”

Hebben ze je een les meegegeven toen je de toneelwereld instapte?

“Dat je moet zijn wie je wilt zijn en daar ook achter moet staan. En dat als jij, of iemand anders, andere keuzes maakt, dat niet erg is. Mijn oudste broer is politieagent, mijn jongste elektrotechneut, ik leid een heel ander leven dan zij, maar we voelen onderling een enorme verbinding. Als er iets is, staan we voor elkaar klaar. Mijn ouders hebben voor die onvoorwaardelijkheid binnen ons gezin gezorgd. Dat je voor elkaar klaarstaat, en accepteert en respecteert dat iemand misschien anders over
iets denkt of een andere mening heeft.”

Lees ook
BLØF’s Paskal Jakobsen: ‘Wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje, kreeg ik te horen’

Jouw broer heeft een zoon. Kinderen zorgen ook vaak voor het versterken van de band tussen broers en zussen.

“Ja, mijn neefje Valentijn. Ik ben stapelgek op hem. En inderdaad is het leuk om mijn broer als vader te zien, het voegt een nieuwe laag toe aan onze band. Ik ben de tante van zijn zoon. Ik ben echt een suikertante, met mij mag hij alle leuke dingen doen. Hij is zeven en ik kijk nu al uit naar het moment dat hij een jaar of achttien is en ik dan met hem naar een festival kan, of hem mee de stad in neem. Als hij dat dan nog wil met zijn oude tante, haha. Als hij bij ons komt logeren, lig ik met hem over de grond te rollen. Het leuke van kleine kinderen is dat je zelf lekker ongegeneerd klein kunt zijn.”

Je speelt in de nieuwe Nederlandse film ‘Alles is zoals het zou moeten zijn’ een moeder. Voor de opnames zijn 21 kinderen gebruikt.

“Dat was wel heel bijzonder. De film gaat over een jaar in het leven van Iris, een vrouw die er tijdens haar bevalling achter komt dat haar man vreemdgaat. De jongste baby op de set was een tweeling van vijf weken, de oudste was een jaar. Er waren opnamedagen dat ik twee uur lang met iemands baby in een draagzak rondliep. En die moeders waren heel makkelijk. Die zeiden gewoon: ‘Houd de baby maar in de draagzak, dat is handiger dan hem er steeds in doen en uit halen.’ En dan zat ik tussen de scènes door iets te eten met een baby op mijn buik. Ik vond het ook wel heel bijzonder dat moeders hun kindje zo toevertrouwden aan mij.”

Begint alles op zo’n moment dan te rammelen?

“Nou, ik vond het soms ook wel fijn om een huilende baby weer aan de moeder terug te geven. Ik zou graag moeder willen worden, maar het speelt op dit moment nog niet. Max, mijn vriend, is zes jaar jonger, dat scheelt denk ik ook. Hij zit op de filmacademie en is bezig met afstuderen. Dat is een heel andere focus dan een gezin beginnen. We wonen ook pas een halfjaar samen. Dat vond ik na ruim vijf jaar samenzijn wel tijd worden.”

Hij had dus geen keus?

“Absoluut niet. Het was samenwonen of niks…” Lachend: “Nee hoor, dit is iets wat we samen wilden natuurlijk. Ik heb het wel aangezwengeld, want hij zit toch nog een beetje in dat studentenleven en dan denk je niet aan samenwonen. En we vonden een leuk huis, dat hielp ook mee.”

Verder lezen? Het hele interview lees je in Flair 29-2020. Deze ligt tot en met 21 juli in de schappen. Wil je ‘m liever laten bezorgen? Bestellen (of nabestellen) kan hier.

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

6 years and counting. ♥️ #nojoke #orisit #noitsnot #love

Een bericht gedeeld door Barbara Sloesen (@barbarasloesen) op

Beeld: Bart Honigh

Shoppen is altijd een goed idee